Technische informatie

Afmetingen:
lengte over alles 57,88 m
grootste breedte 13,65 m
maximum diepgang 1,45 m

 

Voortstuwing (origineel):
een hellende 2-cilinder compoundstoommachine van 500 Pk, met een tweevuurs Schotse vlampijpketel.

 

Voortstuwing (vanaf 1977):

  • hoofdmotor: 620 Pk Cummins V12-cilinder-diesel, in 1976-77 geplaatst en in 1982 vervangen is door een nieuwe motor van hetzelfde type. Het vermogen van 620 Pk is bij een toerental van 1800rpm. In de praktijk draait de motor tussen de 1500 en 1900rpm.
  • hydraulische aandrijving van de raderen met 2 Hägglunds hydromotoren van 300 Pk elk.

Oorspronkelijk werden de raderen van de Kapitein Kok aangedreven door een stoommachine. Tijdens de renovatie in 1977 is deze aandrijving vervangen door elk rad te voorzien van een hydraulische motor. Ter compensatie van het gewicht de zware stoommachine is een dikke betonplaat in de machinekamer gestort.

Bij de dieselhydrolische aandrijving kan elk rad onafhankelijk van elkaar voor- of achteruit draaien waardoor het schip goed wendbaar is. Als de schoepen in een vaste stand door het water zouden scheppen, zou het schip kunnen worden afgeremd bij het stroomop varen in snelstromend water doordat ze onnodige weestand in het water ondervinden. Daarom zijn de schoepen kantelbaar gemaakt door de planken (borden) te verbinden met z.g. excenterstangen die verbonden zijn aan een as die iets is verschoven t.o.v. de rad-as. De schoepen bewegen zich zodoende steeds met een optimale stand in en door het water. Bij de SRodL had de No. 6 evenals bij de wielen van de meeste andere raderboten van deze rederij 8 planken of borden, en geen buitencirkel. Ook de wielen van de KAPITEIN KOK zijn nagebouwd van dit type.

 

Uit de Schuttevaer, 8 augustus 2009, 121e jaargang nr. 32.
‘In 1976 vond ik de raderstoomboot in slechte staat in Ludwigshaven’, vertelt Wijnand Key uit Rotterdam. ‘Ik besloot haar te kopen, naar Nederland te halen en te restaureren. De naam werd Kapitein Kok, naar de laatste gezagvoerder. Hij kwam in 1910 als dekjongetje in dienst bij Reederij op de Lek en klom op tot kapitein op de nummer zes. Hij is, 91 jaar oud, nog aan boord komen kijken, een paar weken later overleed hij. De tweecilinder compound stoommachine van 500 pk en de ketels waren niet meer te redden (die waren al sinds 1950 verdwenen evenals de raderen (H.K.)). Na veel denkwerk en rondvraag, besloot ik de nieuwe raderen hydraulisch te laten aandrijven. Stoom en hydrauliek geven veel kracht bij weinig omwentelingen. Een Cummins dieselmotor van 620 pk bij 1200 toeren drijft twee grote hydrauliekpompen aan. Excentrieken met plunjers draaien de assen van de schepraderen rond. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar en ook tegengesteld  ronddraaien. Met 42 omwentelingen per minuut loopt de Kapitein Kok zestien kilometer per uur. Eén aggregaat drijft de elektrische boegschroef van zeventig pk aan, een tweede aggregaat zorgt voor de elektra.’

 

Overigens haalde zo'n raderboot van dit type in de stoomtijd mogelijk zelf 22 km/u in stilstaand, voldoende diep water (De No. 6 was iets trager, dus liep vermoedelijk 21 km/u). De Kapitein Anna ligt nu dieper in het water, waardoor de waterverplaatsing toegenomen is.

 

De telegrafen van de 6 waren ronde, platte schijven, waarover de hendels over een boog van bijna 360 graden konden draaien. Bij de 5 waren het geheel ronde, zwarte schijven met witte of gele letters van een soort steen, op ijzeren voetstukken. Die van de 6 waren echter het mooist; van koper met koperen handels, de aanduiding wit op zwarte ondergrond en de naam van de leverancier Spliethoff Beeuwkens & Co. Rotterdam erop. Alleen de kop van deze telegrafen was van koper, het onderstuk was weer van ijzer en bruin geverfd, doch bij de 2 waren die poten wit.

 

De mantels, welke het onderste deel van de schoorstenen omsloten en die bovenaan smalle spleten voor de luchtverversing hadden, waren okergeel geschilderd.

 

De kranen waarmee de loopplanken naar buiten werden gedraaid, waren bruin geschilderd. De raderen van de 6 bevatten geen buitencirkels met net als de andere boten 8 planken. De stuurhutten van de Lekboten waren altijd geheel dicht, zowel voor als achter met links en rechts een deur. Het stuur stond op een koperen standaard. Het hoofddek van de 6 liep direct van de voorsteven uit schuin naar de raderkasten en daarachter weer schuin toe naar de achtersteven. Alle schepen behielden 1 los trapje, om in geval van nood over te kunnen stappen in een roeiboot. In de dekrand waren hiervoor haken aangebracht, om het trapje te kunnen bevestigen.

 

Lees meer over raderboten in het algemeen.

 

© Teksten op basis van de bronnen vermeld op de pagina Bronvermeldingen

 

historie & kwaliteit!

Kapitein Anna • NDSM-pier 6 • 1033 RE Amsterdam Noord • tel: 0655 345 911 •